Allergologie
Wij bieden u de volgende allergologische diagnostiek aan.
De diagnostiek van een type 1-allergie
Hiermee bedoelen wij de allergie met snel optredende klachten — bijvoorbeeld hooikoorts, astma bronchiale of anafylactische reacties. Zij omvat:
- een uitgebreide allergologische anamnese: het gesprek over uw klachten, het beloop in de tijd en de omstandigheden waaronder ze optreden
- de huidtest (priktest) als kleine of grote test
- de laboratoriumbepaling van het totale IgE en van de specifieke IgE-antistoffen
- bij een passende vraagstelling het longfunctieonderzoek, zo nodig met provocatietest
De diagnostiek van een type 3-allergie
Bij de type 3-allergie treden de klachten vertraagd op, meestal pas uren na contact met het allergeen. Een belangrijk voorbeeld binnen ons vakgebied is de allergische alveolitis, zoals de duivenmelkers- of boerenlong. Hierbij bepalen wij in het laboratorium de specifieke IgG-antistoffen en vullen wij de diagnostiek afhankelijk van de vraagstelling aan met longfunctieonderzoek inclusief diffusiecapaciteit, bloedgasanalyse en beeldvorming.
De huidtest (priktest)
Bij de priktest worden allergeenoplossingen op de huid van de onderarm gedruppeld en wordt de huid daaronder met een fijne lancet licht aangeprikt. Er wordt altijd een positieve en een negatieve controle meegetest, zodat wij het resultaat goed kunnen beoordelen. Na ongeveer 15 tot 20 minuten lezen wij de test af. Als bijwerking kunnen jeuk en kwaddels optreden; zeer zelden ontstaat ondanks de controles een sterkere allergische reactie, en daarom blijft u na de test nog in de praktijk.
Let op vóór de huidtest:
- Antihistaminicatabletten moeten 4 tot 5 dagen van tevoren worden gestopt.
- Corticosteroïdtabletten moeten 4 tot 7 dagen van tevoren worden gestopt.
- Montelukast moet 10 dagen van tevoren worden gestopt.
Overleg het stoppen van medicijnen altijd vooraf met ons of met uw huisarts.
SIT — de specifieke immunotherapie
Onder bepaalde voorwaarden (indicatie, contra-indicaties, uitvoerbaarheid enzovoort) voeren wij een SIT — specifieke immunotherapie — uit (hyposensibilisatie, specifieke allergeenimmunotherapie, desensibilisatie).
Bij de specifieke immunotherapie wordt het uitlokkende allergeen gedurende langere tijd in langzaam oplopende dosis toegediend, zodat het afweersysteem leert er minder sterk op te reageren. Het is daarmee de enige behandeling die de oorzaak van de allergie aanpakt en niet alleen de klachten verlicht. De behandeling duurt doorgaans drie jaar.
Voorwaarde is dat het uitlokkende allergeen duidelijk is vastgesteld en dat de klachten daarbij passen. Of een SIT voor u in aanmerking komt, bespreken wij samen in een uitgebreid gesprek — daarbij komen ook mogelijke contra-indicaties, de toedieningsvorm (subcutaan als injectie of sublinguaal als druppels of tablet) en de tijdsinvestering aan bod.